Zoetermeer, 7 augustus 2003.

 

Herinneringen aan Hedwig.

 

Denkend aan Hedwig

Zie ik haar nog komen in het pand aan de Alexanderstraat in Den Haag waar wij als de Jonge Kerk en Protestantse Jongeren Club  (PJC)  regelmatig bijeenkwamen.  Het is hier dat ik haar voor het eerst ontmoette. Het klikte meteen tussen ons en na enige tijd spraken we af  samen door het leven te gaan. Op 22 juli 1961 traden we in Rijswijk in het huwelijk. We kregen vier fantastische kinderen, en later schoondochters, schoonzonen en drie kleinkinderen.

Zij genoot intens van haar  gezin. Ze moesten een fijne jeugd hebben waarin ruimte  was voor onderwijs, de  kerk, muziek en sport. Zelf heeft ze geen fijne jeugd  gehad en dat wil ze haar gezin niet aandoen.

Toen we in Zoetermeer gingen  wonen en na enige tijd de kinderen volwassen  waren en het huis uit gingen heeft ze de afspraak gemaakt, dat iedere zondagmiddag iedereen bij ons thuis was om elkaar  gezellig bij te praten. Het waren hele fijne  zondag-middagen, waarin zij de spil was.

 

Denkend aan Hedwig zie ik haar, op onze 42e trouwdag op 22 juli jl., zitten in een rolstoel (haar lichaam was al  verzwakt) voor een wandeling met het  hele gezin door het Bergse Bos in het recreatiegebied de Rottemeren, Zij genoot van haar kinderen en kleinkinderen.We verbleven een poos aan de Bergseplas haar geliefd plekje en zij keek naar het rimpelloze water waar een witte en een zwarte zwaan zwommen.

Haar gedachten gaan naar het blauwe meer in de tropennacht  bij  volle maan.Onlangs hebben nog samen zo’n meer in West-Java  bezocht. Geen koel meer des doods, maar rimpelloos  water, ontsproten uit een  bergbron,  een bron ten leven. Zoals dat kleine bijbeltje dat ze altijd bij zich droeg en  er regelmatig uit las, de bron is voor haar leven.

Over dit blauwe meer in de tropennacht bij volle maan hoort U aanstonds een  lied in het Indonesich, gezongen door Wieteke van Dort: “ Tlaga biru”.

 

Denkend aan Hedwig zie ik haar liggen op het spierwitte laken van het ziekenhuisbed omringd door haar kinderen, kleinkinderen en mij zelf. Spreken kon ze niet meer, maar haar ogen zeggen  ons dat het zo wel goed  is, bedankt voor al de liefde die ze heeft ontvangen en sluit haar ogen. Het is vrijdag 1 augustus 2003, de klok slaat 12.00 uur. In de verte heeft misschien wel het Angelus geklonken, de poort staat  open  waar zij binnen kan gaan naar haar Heer en Heiland die zij zo lief heeft  alle dagen weer.

Gisterenmiddag, vier uur, hebben wij als gezin voor het laatst om haar ontzielde lichaam gestaan om haar voor het laatst te aanschouwen en haar mooie gelaat diep in onze ziel in te prenten opdat wij haar en haar geest nimmer zullen vergeten.En we sloten tenslotte de kist met haar lichaam die we vandaag naar haar laatste rustplaats zullen begeleiden. 

 

Dag mijn lieve Hedwig,  rust maar zachtkens.