Het is nauwelijks te bevatten, maar we zijn hier bij elkaar om afscheid van jou te nemen. Zoals we hadden gehoopt en verwacht zijn er veel mensen gekomen om jou nog 1 keer te gedenken. Al deze mensen hebben jou gekend, elk op hun eigen manier. Ik wil je graag vertellen wat voor moeder je voor ons bent geweest, hoe wij jou hebben gekend en hoe we ons leven met jou hebben ervaren.
Je bent geboren in Surabaya, Nederlands Indië. Je ouders hadden hun eerste twee kinderen verloren, beide kort na de geboorte. Toen jij geboren werd was je moeder erg bang om ook jou te verliezen, daarom werd je mede opgevoed door Oma Non Mandey-Pangkei, je vaders zus die verpleegkundige was. Oma Non heeft je altijd als haar eigen dochter beschouwd. Zij is nu 91 en woont in Menado, Indonesië, ze heeft je altijd beschouwd alsof je haar eigen kind was, je hebt altijd contact gehad met haar en haar familie. Ze is vaak opgezocht en niet alleen door jou en ons. Zelfs vrienden van de familie en vrienden van die vrienden hebben bij haar gelogeerd. Iedereen die op 1 of andere manier via via gerelateerd is aan jou mag altijd bij oma Non en haar familie logeren, dat gebeurde zelfs 2 weken geleden nog.
Een paar jaar later werd je zus geboren, onze tante Edith. Met haar heb je heel veel meegemaakt. Tijdens jullie jeugd hebben jullie veel met elkaar gedeeld en vooral ook later toen zij dicht bij ons in Zoetermeer kwam wonen. Ook wij, jouw kinderen, hebben een hechte band gekregen met tante Edith en haar gezin.
Het werd oorlogstijd, en de Japanners vielen Indië binnen, een vreselijke tijd. Je beide ouders werden opgepakt en vermoord door de Japanners, ze zijn nooit meer terug gevonden, je was toen ongeveer 8 jaar oud. Jullie baboe heeft een moeilijke en gevaarlijke reis ondernomen en ervoor gezorgd dat je bij tante Trees en tante Annie terecht kwam, je moeders zussen. Vervolgens werd de Tweede Wereld oorlog beëindigd, de Japanse bezetter verdween.
Maar terwijl de Westerse wereld weer werd opgebouwd, begon in Indië opnieuw een oorlog, de Merdeka, de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië ten opzichte van Nederland. Opnieuw heb je een moeilijke tijd doorgebracht, je werd opgepakt door de Indonesiërs en moest het interneringskamp in. Je bent er heel erg ziek geweest en hebt het bijna niet overleefd.
Mam, je hebt ons verhalen verteld over vroeger, over Indië en ook over de kampen, maar je belichtte toch altijd de positieve kant, je praatte nooit over het echte leed dat je daar geleden hebt. Later realiseerden we dat je ons van alle leed wilde afschermen, zoals je dat tot op het allerlaatst hebt gedaan.
Toen je uit het kamp kwam heb je veel hulp gekregen van de familie Peilow uit Jakarta. Jouw vader en opa Max Peilow waren goede tennisvrienden, en hadden aan elkaar beloofd voor elkaars gezinnen te zorgen als 1 van hen iets zou overkomen, en hij hield woord. Met de Peilow-familie heb je altijd goed contact gehouden, speciaal met tante Babes, je had haar pas nog aan de telefoon.
Nadat Indonesië een soevereine staat werd, was het een moeilijke tijd voor de Nederlandsche-Indischen tussen de Indonesiërs, jullie behoorden immers tot de voormalige bezetters. Je hebt toen veel hulp gekregen van tante Annie Scheepe-Grüwel. Mede dankzij haar heb je het land kunnen verlaten, ondanks het feit dat alle papieren in de oorlog verdwenen waren en je geen paspoort had. Samen met tante Edith ging je op de boot naar Nederland, een lange reis en een grote stap op weg naar een nieuwe toekomst.
Tante Annie is later naar Amerika geëmigreerd en je bent haar altijd dankbaar gebleven dat ze jou de kans heeft gegeven een nieuwe toekomst op te bouwen. Je hebt een hechte band met haar gehouden en ook wij, jouw kinderen hebben een goede band gekregen met haar kinderen. Het heeft misschien ook een heel klein beetje te maken met de logeeradresjes die we daardoor hebben in Hawaii, Californie en Seattle. Nog maar twee weken geleden verhuisde tante Annie van California naar Zoetermeer.
Mam, je had gehoopt veel tijd met haar te kunnen doorbrengen en voor haar te kunnen zorgen zoals zei ooit voor jou, maar helaas, de tijd was maar kort.
Eenmaal in Nederland aangekomen brak er een hele nieuwe periode aan, het was een grote overgang van de Indische temperatuur en cultuur naar de Hollandse: andere mensen, andere gewoontes, ander eten, andere kleding, etc. In Indië was je geen Indonesiër en in Nederland was je geen Hollander. De liedjes van Wieteke van Dort, die ook uit Surabaya komt en met wie jij op school hebt gezeten, beschrijven dit op een voor jou hele herkenbare manier. Deze liedjes werden dan ook grijs gedraaid bij ons thuis, en natuurlijk probeerden wij kinderen ook altijd Indische te praten net als tante Lien. Rgelmatig maakten we onze eigen teksten op de melodie van deze liedjes.
Mam, we konden je geen groter plezier doen dan het zingen van deze liedjes op onze familiefeestjes. De sport was natuurlijk om er zoveel mogelijk Indische woordjes in te verwerken zodat de Belanda’s het niet zouden begrijpen.
Je hebt altijd een sterk geloof gehad en het geloof heeft een grote invloed gehad op jouw leven. Je ging wonen in Den Haag en je werd daar lid van de PJC en de PIGL, twee protestants christelijke verenigingen die zich richtten op de opvang van Indischen in Nederland. Bij de PJC heb je papa ontmoet en door het geloof samengebracht zijn jullie getrouwd.
Daarna werden, ikzelf, Monique en Raimond geboren. Vervolgens verhuisden we van Rijswijk naar een groter huis in Zoetermeer, waar Victor geboren werd, het gezin was compleet.
Eenmaal in Zoetermeer werden we lid van de Oude Kerk gemeenschap. Ook deden we mee met de Gezinnengroep, een groep gezinnen met jonge kinderen die vanuit de Hervormde kerk gezamenlijk met elkaar optrok. Zo snel als je geïntegreerd was in Nederland, zo snel voelde je je ook thuis hier in de Oude Kerk, deze kerk waar we nu zijn is echt jouw kerk. Hier was je collectant, ouderling, lid van de kerkenraad, zat je in commissies, organiseerde je koffieochtenden, verzorgde je kerstliturgieën, schilderijtentoonstellingen, etc.
Mam, samen met papa heb je het geloof overgebracht op je kinderen, we zijn je daarvoor dankbaar en we beleven dat elk op onze eigen manier.
Toen wij kinderen groot waren ging je weer werken en wel in het vastgoedbeheer. Dit heeft behoorlijk bijgedragen aan het feit dat je wereldberoemd bent geworden binnen Zoetermeer. Vele mensen in Zoetermeer hebben via jou een huis toegewezen gekregen en daar worden we regelmatig aan herinnerd. Daarnaast heb je ook de nodige cursussen gevolgd: binnenhuisarchitectuur, Spaans, pianoles, kookles, tennisles, naailes, je kunt het zo gek niet bedenken. En dan natuurlijk Franse les, waardoor je actief bent geworden binnen het bestuur van de Alliance Française en waarvoor je reizen naar Frankrijk organiseerde.
De combinatie van activiteiten binnen gezin, kerk, cursussen en werk door jou aangepakt met de Just-in-time benadering, vaak werd er tot diep in de nacht door gewerkt. Het kwam altijd wel af, maar vaak nog maar net op tijd. Je was een perfectionist, je wilde dat alles tot in detail klopte en je hield niet op totdat dat bereikt was. Je kon veeleisend zijn voor jezelf en voor je naasten. Daarbij werden wel eens wat opmerkingen geplaatst, en dat deed je op jouw eigen manier. Als ik heel soms wel eens iets deed wat in jouw ogen onverstandig was dan zei je: Ik snap het niet, werkelijk waar, of ik heb je nog zo gezegd, maar ja, je wil niet luisteren, en als ik het erg bont had gemaakt dan was het: Je moet vooral flink zo doorgaan, pestilente klierenbil, dat je daar bent. Op school lette ik altijd erg goed op in de klas, maar ja, toch moest ik wel eens op de gang staan. Dan dacht ik natuurlijk ik vertel het maar niet aan mama, maar voordat ik thuis kwam wist je het allang. En als ik dan vroeghoe je dat zo snel wist, dan was jouw enige antwoord: Je moet niet denken dat mama niet weet, mama weet heus wel… Pas veel later begreep ik dat je het toevallig gehoord had via iemand van de oudercommissie waar je ook in zat.
In Nederland en vooral in Zoetermeer heb je je altijd thuis gevoeld, maar het was lange tijd jouw wens ons mee te nemen naar Indonesië, zodat je zelf aan je eigen kinderen kon laten zien waar onze roots liggen. En die gelegenheid kregen we, met z’n allen hebben we een reis hebben gemaakt door Indonesië. Je hebt ons Surabaya laten zien, jouw stad, we zijn in het huis geweest waar je hebt gewoond, we hebben door de straten gelopen, dezelfde straten waardoor jij op je blote kakki’s naar school liep, we zijn in jouw school geweest en hebben in de banken gezeten waar jij les had, en we hebben samen met jou een ijsje gegeten bij Zangrandi, zoals jij dat vroeger had gedaan.
Je hebt ons daar voorgesteld aan alle families uit Jakarta, Menado, Surabaya, etc., de families die voor jou zo belangrijk zijn en over wie jij ons altijd hebt verteld. Het was een zeer bijzondere reis.
In je jeugd ben je afhankelijk geweest van de zorg van anderen en dat heb je nooit vergeten. Je was altijd erg goed in het onderhouden van banden met gezin, familie, vrienden en anderen. En daarbij zijn afstand en tijd voor jou volkomen ondergeschikt. Familie in Indonesië heb je altijd nog bezocht, gebeld en geschreven, hetzelfde geldt voor familie in Amerika. Ook heb je nog contact met klasgenoten waarmee je in Indië op school zat, zo’n 60 jaar geleden. Met mensen van de PJC en de PIGL heb je altijd contact gehouden, al vanaf zo’n 45 jaar geleden. Binnen de Gezinnengroep was je tot op het laatst actief, een groep waarvan je al meer dan 35 jaar deel uit maakt. Binnen de Alliance Française zit je al een hele tijd in de organisatie. Tijd en afstand, je overbrugt ze moeiteloos. En dan natuurlijk Zoetermeer, waar je ontzettend veel mensen kent.
Mam, als ik wel eens met jou in het Stadshart of de Dorpstraat liep, dan kwamen we niet ver, altijd kwam je een bekende tegen waarmee je een praatje maakte.
Zo’n twee jaar geleden werd je eerste kleinkind geboren. Victor en Wanda noemde hun dochter Noa Lorette, uit liefde en bewondering voor jou. Daarna kwam onze zoon Vincent, er was veel bezorgdheid om hem. Hester had een zware zwangerschap, ze lag constant in het ziekenhuis en als ze thuis was mocht ze alleen in bed liggen. Jij bent toen iedere dag op bezoek geweest en hebt met ons meegeleefd, vooral toen Vincent 9 weken te vroeg geboren werd en lange tijd op de intensive care moest blijven.
Mam, in die tijd die voor mij heel moeilijk was, heb ik veel steun van je gehad. Toen ik zelf vader werd en de zorg had voor mijn zieke zoon, toen heb ik gevoeld wat een lieve moeder jij voor mij was, toen heb ik gevoeld dat je dicht bij me was. Daarna werd Joas geboren bij Monique en Menno, ook voor hen heb je veel gedaan. En op zondags als we met z’n allen bij je waren was het één groot feest, de 3 kleinkinderen ravottend door het huis met lievelingsoom Raimond en Michel.
Mama, in mijn beleving ben je veranderd sinds de kleinkinderen er zijn. Je was blij en gelukkig en je kon enorm genieten, meer dan ooit. Niets was te veel als zij om je heen waren en er kwam een soort van rust en tevredenheid over je heen.
Lieve mama, ik wil je graag bedanken voor alles wat je voor ons hebt gedaan. Dank je wel dat je ons hebt gebaard, opgevoed en beschermd. Dank je wel dat je er altijd voor ons was, in gelukkige tijden en in verdrietige tijden. Dank je wel dat je altijd zo goed voor ons gezorgd hebt. Dank je wel dat je zo’n lieve mama voor ons was ….